Oude huisnummers 1e pand: A 629 - A 311/12
Oude huisnummers 2e pand nr. 21: AA 168/2 - nr. 23: AA 168

Bouwjaar 1e pand: 1885

Links: "Catharina" Rechts: "Alijda"
Bouwjaar huidig pand: 1906
Architect: A. van Driesum
Status: Karakteristiek pand

In 1885 is aan de Regentesselaan een huis gebouwd voor de in Bodegraven geboren emeritus-predikant Willem Kapteijn (1819-1906) en zag er waarschijnlijk uit zoals nr. 25 vóór de verbouwing. De dominee was gehuwd met de in Apeldoorn geboren Maria Mulder (1825-1906).
Rond 1892 komt hier het gezin van de architect/bouwkundige Henri Ferdinand Suijck te wonen. Kapteijn verhuist naar de Loolaan maar is nog wel eigenaar, hij verkoopt dit pand in 1898 aan de in Borger geboren Willem Diemer (1837-1926) die ook emeritus-predikant was.
Diemer laat in 1906 het huis verbouwen en laat er een dubbele villa van maken naar een ontwerp van Andries van Driesum. Aannemer was de timmerman Gerrit Jochems (1882-1955) van de Loseweg 5. Op de bouwtekening is te zien dat op de gevelsteen van de borstwering "1906" is aangebracht, op een oude ansicht is te zien dat dit niet zo uitgevoerd is en dat er "Repos Ailleurs" is aangebracht, wat betekent "Elders de rust".
Willem Diemer gaat in de linkerhelft wonen.


Nr. 21:

De eerste bewoners waren dus de in Borger geboren dominee Willem Diemer (1837-1926) en zijn in Zwolle geboren vrouw Netta Arendiena Hendrieka van Beek (1842-1929), hun in Aarlanderveen geboren dochter Nicolette Frederika (1870-1934) was inwonend. Willem Diemer was voorheen dominee van de gereformeerde kerk aan de Asselsestraat. Waarschijnlijk verhuisden ze (tijdelijk) naar Bussum en keerden ze op 7 juni 1911 terug op nr. 23.

Op 4 mei 1909 kwam de in Amsterdam geboren Aletta Maria van Delden (1841-1925), zij was weduwe van de in Amsterdam geboren Marie Louis Cornelissen (1843-1902). Aletta woonde hier alleen met de dienstbode Anthonia Kieboom (1867). Op 6 april 1920 verhuisden ze naar de Paul Krugerstraat 2.

Van 7 juni 1920 tot en met 1936 woonden hier de in Dordrecht geboren Hendrik Tileman Hiensch (1855-1932) en zijn in Soerabaja geboren vrouw Francina Petronella Johanna Schilperoort (1871-1949). Ze hadden één inwonende dochter, de in Dordrecht geboren Catharina Tielemon (1904), zij was apothekersassistente. Op onderstaande foto zien we dat het huis genoemd was naar dochter Catharina.
Op de zerk van de in 1932 overleden Hendrik Tieleman Hiensch bracht de kunstenaar/beeldhouwer Pieter Puype uit de Burg. Tutein Noltheniuslaan 14 een bronzen portret van Hiensch in een rond medaillon aan. De kop is 'en trois quart' uitgevoerd. Hiensch was oprichter-directeur van de N.V. Manufacturenhandel Nederland, gevestigd in Amsterdam. (Info: www.online-begraafplaatsen.nl)

De volgende bewoners kwamen vanuit de Paschlaan 27 en waren de in Haarlem geboren bankier Gerardus Jacob Groenendaal (1866-1944) en zijn eveneens in Haarlem geboren dochter Anna (1910). Groenendaal was weduwnaar van Clasina Joanna Pijnappel (1879-1921). Inwonend was zijn in Amsterdam geboren schoonzuster Jansje Groothand, weduwe van de in Haarlem geboren Johannes Hendrikus Groenendaal.

Latere bewoners waren: de gemeente ambtenaar B. Brouwer - de opzichter rijkstelefoon A. van der Burgt - P. van der Burgt

In 1954 was er nog een verbouwing; de linkerhelft werd verkocht aan de in Apeldoorn geboren schoenmaker Gerrit Koldenhof (1895-19?), hij spitst de linkerhelft (nr. 21) in een boven- en benedenwoning, genummerd als 21 en 21a. Koldenhof stond later genoteerd als wijnhandelaar. Op nr. 21a staat als bewoner J. Geuken genoteerd.

In 1969 is nummer 21 nog verbouwd tot tandtechnisch laboratorium met bovenwoning in opdracht van G. Post.


Nr. 23:

De eerste bewoners van nr. 23 kwamen pas op 6 november 1908 vanuit Rheden. Het waren de in Monnikendam geboren gepensioneerde postdirecteur Harko Johannes Schmidt (1844-1917) en zijn in Ede geboren vrouw Elisabeth Mazirel (1844-1923). Ze hadden één inwonende dochter, de in Vlieland geboren onderwijzeres Elisabeth Johanna Frederika Schmidt (1880). Op 28 april 1911 vertrokken ze weer naar Rheden.

Op 7 juni 1911 komt het echtpaar Diemer terug uit Bussum en gaan nu op nr. 23 wonen. Op de oude ansicht van het pand is rechtsboven in de topgevel de naam "Alijda" te lezen, dit was de naam van hun oudste dochter; Alijda Diemer (1866-1938).
In 1924 komt dochter Nicolette Frederika (1870-1934) weer thuis wonen (ondertussen weduwe van Daniël Bremmer (1857-1923)) en staat zij genoteerd als hoofdbewoner, mogelijk was haar vader ziek en verbleef elders. In het bevolkingsregister staat te lezen dat na het overlijden van Willem in 1926 zijn vrouw Netta onder curatele kwam van haar zoon Nicolaas Diemer te Vijfhuizen. Op 2 februari 1927 vertrok Netta naar Lonneker en in 1929 vertrok Nicolette naar Heemstede waar zij in 1934 ook overleed.

Latere bewoners waren: de koopman Salomon de Jong - de assistent leeszaal Antje Luuring - Dirkje van Nieuwkerk, weduwe van H.K. Reijers - M. F. Reijers, wed. L.B. Mentink - mej. M. de Weerd - Mej. D.C. Kappers - L.G.W. Liesker - A.M. van Herwijnen, weduwe van W. de Raad - A. van Strien - F.G.J. Obbes, weduwe van M. Brands - J.J. Herwijnen, weduwe van W.C. van de Lagen - de huishoudster B.M. Obbes - Adjudant onderofficier J. van Rooijen.

Ansichtkaart uit de jaren '20, verzonden door Cathrien (Catharina Hiensch) bewoonster van nr. 21.
Foto: Coll. W. Boomgaard Opname juli 1931. Links op de muur onder het huisnummerbordje: "H.T. Hiensch". De dienstbode was de in Leiden geboren Catharina Gans (1911).
Foto: Coll. W. Boomgaard


Gedicht over Regentesselaan 21, zeer waarschijnlijk geschreven door mevrouw Hiensch-Schilperoort op 15 mei 1936.