Toen Julius en Grete Seidemann uit Velp wachtten tot de oorlog zou eindigen en de "clown" (Adolf Hitler) uit zijn functie zou worden gezet, veranderde de status van de Joden in Nederland. Ze werden verzameld in bepaalde wijken. Sommigen van hen werden naar kampen gestuurd en ze werden allemaal gedwongen om in het openbaar een ​​Davidster te dragen.
We weten niet zeker hoe Julius en Grete hebben gereageerd op de eis dat ze de gele ster moesten dragen, maar ons werd verteld dat toen Julius hoorde dat ze zich op een bepaalde dag moesten melden om naar een werkkamp te worden gestuurd, hij zelfmoord overwoog.
Hoe erg kan het zijn? Ik zal daar werken en ik zal overleven en vroeg of laat zullen ze van deze clown afkomen.
Grete was het daar niet mee eens, ze hadden gehoord dat de vader van Julius, 88 jaar oud, naar een kamp was gedeporteerd. Denk je echt dat ze hem nodig hadden als arbeider, vroeg Grete. Hij was het er mee eens, ze had duidelijk gelijk.
Ze namen contact op met de ondergrondse en kort daarna pakten ze hun koffers en namen ze afscheid van hun goede vrienden, Budels en Pannekoek. Nadat ze de Davidsterren van de kleding hadden verwijderd gingen ze naar het treinstation, stapten in een trein en verdwenen. Eerst bracht de ondergrondse ze onder in een appartement samen met een man en zijn moeder. Op een dag zei de man: als er iets gebeurt met mijn moeder of met mij, is dit geen schuilplaats. Julius hoorde zijn woorden en vroeg de ondergrondse hem en zijn vrouw te verplaatsen.
Hij en Grete werden vervolgens in het huis van Tini en Truus Heijmans geplaatst, twee religieuze katholieke zussen die zendelingen in Indonesië waren geweest. Het waren goede mensen, en toen de voorganger in de kerk tegen zijn parochianen zei dat ze moesten helpen, namen de vrouwen het ter harte. Ze woonden in een groot huis aan de Regentesselaan 19 in het centrum van Apeldoorn.

Maanden verstreken. Julius en Grete liepen door het huis. Ze brachten het grootste deel van hun tijd door op de tweede verdieping. Als de gordijnen niet waren gesloten vermeden ze de ramen. Op de zolderverdieping sliepen ze en ze brachten veel van hun tijd slapend door.
De zolder was afgetimmerd, het dak was relatief steil. De binnenmuren van de zolderkamers lagen ca. 90 cm. van het laagste punt van het dak. De ruimte tussen de wandjes en het dak was krap, het was een opslagruimte voor spullen die niet vaak gebruikt werden. De toegang tot de ruimte was niet duidelijk, als je het niet wist, zou je denken dat de deur gewoon een ander paneel van de muur was. Deze vreemde smalle ruimte zou dienen als de ultieme schuilplaats voor de Seidemanns.

De oorlog sleepte voort. Op sommige avonden als het donker was, gingen Julius en Grete het huis uit en liepen ze door het Oranjepark naar het huis van de broer van Tini en Truus, waar ze kaart speelden.

Drie jaar ging voorbij. We weten dat Grete tijdens de jaren dat ze ondergedoken zat één of twee zwangerschappen heeft beëindigd met de hulp van dr. Forester. Toen ze in 1944 ontdekte dat ze weer zwanger was, praatte ze met de dokter. Deze keer kreeg ze te horen dat het te laat was - te riskant. Grete was bang en nerveus en vertelde de dokter dat ze geen recht had op een baby. Ze was dakloos, staatloos en had geen rechten. Hij vertelde haar: mijn lief weet je wat er aan de hand is daarbuiten? Jouw mensen worden gedood, je hebt niet alleen het recht - je hebt de plicht om deze baby te krijgen. Zijn woorden kalmeerden Greta. Marion werd geboren in een school die werd omgebouwd tot een ziekenhuis (Gymnasium aan de Kastanjelaan). Grete had blauwe ogen en kastanjebruin haar. De vrouw in het bed naast Grete keek naar de baby en zei: "Als ik niet beter wist, zou ik denken dat dit een Joods kind was." Grete legde schuchter uit dat haar vader een Italiaanse soldaat was.

Toen Grete en Marion nog maar een paar weken thuis waren, vielen de Duitsers het huis aan de Regentesselaan binnen, ze werden vergezeld door een hond. Julius en Grete trokken zich snel terug in de ruimte achter de muur op de zolder, ze lieten Marion achter bij Tini want een baby meenemen die zou kunnen huilen, was een te groot risico. Er was een wieg in de woonkamer. Toen de soldaten aanklopten rekte Tini tijd door te doen alsof ze doof was om de ouders de tijd te geven zich te verstoppen. De soldaten kwamen binnen. "Wiens kind is dit?" Tini maakte de Duitsers wijs dat het van haar was en ze doorzochten het huis en gingen ook de zolderverdieping op. Julius keek door een klein gleufje in de muur. De hond snoof aan de plinten van de kamer, trok aan de riem en liep weg……

Kort na de bevrijding vertrokken Julius, Grete en Marion naar Arnhem waar ze een kamer huurden bij een Joodse man. Twee jaar later emigreerden ze naar Amerika waar andere familieleden woonden die ook de oorlog overleeft hadden.

Steve Fredmann

(Vertaald vanuit het Engels)