Het verhaal achter Talma Elim

Een apart hoofdstuk over de bejaardenflat Talma Elim die in de zestiger jaren is verrezen aan het Wilhelminapark. Daarbij zal eerst ingegaan worden op een stukje historie van de drie daarvoor liggende oude panden en vervolgens op de Talma-stichting en de flat zelf.

Korte geschiedenis van de huizen op Wilhelminapark nr. 9, 11 en 13

Het perceel H2993 met de daarop door de Olster Steenfabrieken in 1885 gebouwde villa nr. 11 wordt voor fl. 6000,- verkocht aan Sierk Hennes. Hij verkoopt het in 1924 aan een leraar van de HBS Hendrik van Cleef, waarna zijn weduwe het 21 november 1936 weer verkoopt aan de advocaat procureur mr. H.L. Sypkens.

De grond waarop later de huizen nummer 7 en 9 zouden verrijzen werd in 1891 samen met enkele aanliggende percelen en een huis aan de Mr. Van Hasseltlaan eerst voor 10.000,- gekocht door ene J.J. van der Pot, minister resident, toen wonende in Den Haag. Deze verkocht de twee bouwterreinen in 1894 aan de architect C.M. Gardenier, ook nu nog bekend door de Gardenierslaan. Hij bouwde een huis op nummer 7 dat hij in 1897 verkocht aan burgemeester H.P.J. Tutein Nolthenius, die daar ongeveer 12 jaar heeft gewoond.

Het bouwterrein voor nummer 9 werd in 1897 door Gardenier verkocht aan de geneesheer dr. F.W.O. Kallenbach. Deze liet in 1898 op het bouwterrein een huis bouwen dat hij in 1910 aan zijn dochter verkocht. Volgende eigenaren waren P.E.H.V.L. baron van Boecop een gepensioneerd majoor der Cavalerie, C. Pasma; C. Verboom een houthandelaar en H. Slijkhuis een makelaar die het pand 26 juni 1939 verkocht aan jonkheer J.J. Teding van Berkhout.
Hij was getrouwd met vrouwe J. Tutein Nolthenius. Na het overlijden van jonkheer J.J. Teding van Berkhout in 1933 is zij hertrouwd met zijn broer jonkheer F. Teding van Berkhout. Inmiddels verhuisd naar Haarlem is het huis op 2 augustus 1947 voor fl. 24.000,- door hen verkocht aan de “Christelijke Vereniging tot Verzorging van Ouden van dagen” gevestigd te Veenwouden.

De grond waarop nummer 13 is gebouwd is in 1900 samen met nog meer percelen gekocht door H.T. Daendels van de Olster Steenfabrieken, de NV waarvan hij ook commissaris was. Hij liet daar in 1902 het huidige huis “Elim” genaamd, op bouwen en verkocht dat hetzelfde jaar aan Carl Ferdinand Schoch, een officier van het leger des heils. Volgende eigenaren van dit huis waren M.R. Grevenstuk, W.H. Kissing; J.E. de Bruyne en W.P. de Groot waarbij het huis na zijn overlijden in 1933 werd verkocht aan de Vereniging Talma Rustoorden, als eerste pand in Apeldoorn van die ook wel genoemde “Christelijke Vereniging tot Verzorging van Ouden van dagen” gevestigd te Veenwouden.

De vereniging Talma rustoorden koopt de villa Elim

Het huis op nummer 13 is dus op 14 september 1933 gekocht door de Vereniging Talma Rustoorden voor een bedrag van fl. 25.000,-. Volgens de omschrijving in de acte worden verkocht een huis met centrale verwarming en waschtafels, een schuur, twee garages en een tuin. Deze vereniging was in 1928 in Friesland opgericht met als doel huisvesting, voeding en verzorging van ouden van dagen. Bij de overdracht was het gehele bestuur uit Friesland aanwezig.

De vereniging was genoemd naar Ds. A.S. Talma, die van 1901 tot 1908 kamerlid was en van 1908 tot 1913 minister en grondlegger voor een meer sociale wetgeving. We hebben het dan onder andere over de invoering van Invaliditeits- en Ouderdomsverzekeringen. Met de inwerkingtreding van de Ouderdomswet kreeg ook de bejaarde zonder een eigen vermogen de beschikking over een klein inkomen. De opgerichte vereniging ging van het denkbeeld uit dat die bijdrage ook voldoende was voor een pensionprijs in een rusthuis. In Friesland zijn de eerste jaren van het bestaan van die vereniging een drietal huizen gekocht waar rustoorden werden gesticht.

In 1929 was al eens een verzoek gericht aan de Vereniging om ook in Apeldoorn een rustoord op te richten, maar dat was toen niet ingewilligd. Toen men in 1933 een nieuw huis wilde oprichten viel toch het oog op Apeldoorn omdat daar inmiddels weer aanvragen waren binnengekomen. Men wilde het liefst een rusthuis stichten in een bestaand pand en toen viel de keuze op de villa “Elim” aan het Wilhelminapark 13. Met steun van de gereformeerde diaconie kon het pand worden aangekocht en omdat het huis “Elim” heette werd besloten het nieuwe rustoord, Talma Elim te noemen.

Op 20 oktober 1933 werd Talma Elim officieel geopend als vierde Talma rustoord. Omdat er gelijk al behoefte was aan meer ruimte legde Mej. A. Talma bij de opening de eerste steen voor de nieuwe vleugel die aangebouwd zou worden; op die manier konden ongeveer 40 à 50 personen worden gehuisvest.

Tijdens de oorlogsjaren is Talma Elim van 1 maart 1943 tot 1945 gevorderd geweest voor huisvesting van het Ministerie van Binnenlandse zaken. Er was al eerder in de oorlogsjaren gesproken over vordering van het pand, maar in 1943 moest het uiteindelijk dan toch gebeuren. De bewoners werden ondergebracht in huize “Rozenhof” in Epe. Omdat de Duitse militaire autoriteiten bang waren voor een invasie van de geallieerden op de Nederlandse kust zijn in de oorlogsjaren veel ministeries uit Den Haag vertrokken en een groot deel van Binnenlandse Zaken kwam op die manier in Apeldoorn terecht, waarvan een groot deel dus in Talma Elim. Enkele weken na de bevrijding keerden de ambtenaren weer terug naar Den Haag en kon ook de verhuizing van de bejaarden uit Epe naar het (inmiddels weer) Wilhelminapark plaatsvinden.

Aankoop Wilhelminapark 9

Er was veel belangstelling voor een plaatsje in een Talma Rustoord; in 1947 lagen er in Apeldoorn al weer 100 nieuwe aanvragen. Een mooie kans voor uitbreiding deed zich voor, toen het huis aan het Wilhelminapark 9 te koop werd aangeboden zoals hiervoor al is beschreven. In verband met de grote woningnood heeft de burgemeester nog moeten bemiddelen om te voorkomen dat het huis zou worden gevorderd.

De villa op nr. 9

Helaas werd het huis uiteindelijk toch niet vrijgegeven en werd het huis toen gevorderd door de Rijksgebouwendienst voor de vestiging van de Rijkspolitie. De burgemeester heeft door te praten met prinses Wilhelmina het toch weer voor elkaar gekregen, dat het huis weer beschikbaar kwam als rustoord voor de vereniging. Per 1 maart 1947 is het huis toen gekocht.
De Prinses stelde haar bezit “Het Kleine Loo” beschikbaar als onderkomen voor de Rijkspolitie en per 1 maart 1952 kwam het pand Wilhelminapark 9 beschikbaar; het huis zou Talma Park gaan heten. Na een verbouwing werd het bewoond door 20 personen. Het huis was eigenlijk te klein voor een gezonde exploitatie en er was behoefte aan nog meer ruimte; men had graag de beschikking over nummer 11, maar de eigenaar mr. Sypkens wilde daar nog blijven wonen. Omdat er ook in Apeldoorn nog steeds behoefte was aan ruimte is toen ook nog het pand Loolaan 52 gekocht; het kreeg de naam Talma Heem. (zie foto)

Door de ingebruikname van Talma Heem waren er in Apeldoorn inmiddels drie huizen, waar dus ook tuinonderhoud en onderhoud aan bv. CV-installaties noodzakelijk was. Hiervoor werd een tuinman aangetrokken die tot ver na zijn pensionering en inmiddels ook zelf bewoner zijnde van Talma Elim, actief bleef in de tuinen. Het bestuur wilde nog steeds graag nr. 11 kopen, maar de eigenaar, mr. Sypkens voelde daar nog steeds niet voor. Wel maakte hij geregeld een praatje met de tuinman, en via de tuinman en de directrice kwam toch weer wat informatie bij het bestuur terecht.



Nieuwbouw Talma Elim



De plannen waren om een vleugel te bouwen aan nr. 9 en die te verbinden met nr. 13. Mr. Sypkens was uiteindelijk bereid hieraan mee te werken en stelde een stuk grond achter zijn huis hiervoor beschikbaar.
Een strook grond van 1036 ca werd gekocht voor fl. 15.544,- Harmen Rouwenhorst, kolenhandelaar uit Apeldoorn vertegenwoordigde het bestuur bij de overdracht. In 1958 is bij onderhandse acte vastgelegd, dat het huis nr. 11 wanneer het beschikbaar zou komen voor de verkoop het als eerste aangeboden zou worden aan de Vereniging.

Eind 1957 werd een begin gemaakt met de verbouwing en aanpassing van de beide huizen Elim en Park. Op het hierbij afgebeelde kaartje is te zien, dat achter nummer 13 al een uitbouw aanwezig was en dat de nieuwe flat hieraan vast gebouwd werd. De architect Van der Zee ontwierp een flat met 7 woonlagen.
Toen het bouwplan voor de flat bij de gemeente werd ingediend, was er ook een schoonheidscommissie die een advies uitbracht m.b.t. de te bouwen flat. In het advies is het volgende te lezen: “Het principe van het plan van hoge gebouwen aan de Apeldoornse parken is zeker niet verwerpelijk. Tegen het gestelde plan rijst echter het bezwaar, dat het plan van het nieuwe gebouw gedeeltelijk achter een bestaand huis is geplaatst, waardoor de situatie uitermate ongunstig is beïnvloed Wanneer dit huis (nr. 11) zou kunnen worden verwijderd, zou een grote verbetering ontstaan; geheel aanvaardbaar zou de gehele opzet echter eerst worden, wanneer het nieuwe gebouw dan ook nog een 15 of 20 meter naar voren werd geschoven.”
De schoonheidscommissie adviseerde om het plan in behandeling te nemen, wanneer nummer 11 gesloopt zou worden, liever zou ze ook nog nummer 9 slopen en de hele flat naar voren halen. De vereniging zegde in een brief toe, om de woning op nummer 11 na een redelijke afschrijvingstermijn te slopen, om op die manier een vrij en open terrein te maken voor het te bouwen rusthuis.

In een brief van oktober 1971 herinnert de directeur gemeentewerken de vereniging aan die toezegging. De vereniging was namelijk inmiddels in het bezit gekomen van nr. 11 doordat mr. Sypkens op 28 augustus 1971 was overleden. Mr. Sypkens had in 1962 in zijn testament laten opnemen, dat zijn huis na zijn overlijden aan de “Christelijke Vereniging tot Verzorging van Ouden van dagen” (ook bekend onder de naam Talma Rustoorden) wilde nalaten, tegen inbreng van de waarde van het pand in de nalatenschap en onder de voorwaarde dat ten tijde van zijn overlijden nog een of meer huizen voor Ouden van dagen aan het Wilhelminapark in gebruik zouden zijn. De waarde werd geschat op fl. 97.000,- en dat bedrag werd door de vereniging betaald aan de erven.

In de besprekingsverslagen omtrent de sloop van nummer 11 is te lezen, dat de vereniging dacht, dat zij het pand geschonken zou worden door de erven, zij moest echter na een “harde strijd” met de erfgenamen de geschatte waarde betalen voor het pand. Ze vroegen aan de gemeente of de sloop nu ook niet pas 10 jaar na aankoop zou mogen geschieden, omdat ze anders in financiële problemen zouden komen; deze toezegging is toen gedaan.
In een akte van 11 januari 1973 werd geregeld, dat de Vereniging voor 1 april 1982 de villa op nummer 11 afgebroken zou hebben. In augustus 1981 nam het bestuur echter een voorstel van B&W over om deze acte te ontbinden en ook deze villa op de monumentenlijst te plaatsen.

Het bestuur koos na de bouw van de nieuwe flat voor het gehele complex de naam Talma Elim. Op 4 september 1961 kwamen de eerste bewoners in de nieuwe flat en eind december was de flat vol met 157 bewoners. De ziekenafdeling van Elim, achter nummer 13 werd ook nog opgeknapt en de oude panden Elim en Park werden gerenoveerd en ingericht als wooneenheden voor het personeel.

Verkoop Talma Elim aan Van Berlo

Er bestonden plannen voor een renovatie van de flat en het bijbouwen in een ander deel van Apeldoorn, maar dat is uiteindelijk niet doorgegaan en het gehele complex is uiteindelijk weer verkocht aan de projectontwikkelaar Van Berlo die de flat gesloopt heeft en er het appartementencomplex: "Recidentie Wilhelmina", naar het ontwerp van de architect Egbert Hoogenberk heeft laten bouwen. De drie villa’s op de nummers 9-13 zijn gelukkig blijven staan.