1. Het ontstaan van het landgoed Sophia’s Hoeve

Sophia’s Hoeve vinden we voor het eerst op een veldwerk van het kadaster uit het jaar 1864. Niet bekend is wanneer het precies gebouwd is en door wie. Het kadaster heeft in ieder geval de opmeting verricht in 1864, het huis had toen de buitenmaten 14.80 bij 15.80. De grond was in eigendom bij W.H. de Heus, die het landgoed “de Vlijt” in 1843 had gekocht van Ameshoff. De daarbij behorende grond die zich uitstrekte tot aan de Koninginnelaan en de Laan van Kerschoten was toen nog allemaal heidegrond. In 1852 heeft hij het grootste deel van het landgoed De Vlijt met de daarop staande villa (het huidige Marialust) verkocht aan Brewer en de koperpletterij samen met de Grift en wat omliggende gronden zelf behouden. Op de plek van de koperpletterij staat nu de fabriek van Remeha, terwijl er vroeger vanaf rond 1600 al tijden een papierfabriek heeft gestaan. In 1858 kocht hij een aantal aangrenzende percelen tussen de Zwarteweg, de Grift en de Deventerstraat van Maria Jacoba Planten, de weduwe van Arnoldus Muller ten Hoove. Ten Hoove was lange tijd assessor (wethouder) van de gemeente Apeldoorn en was onder andere ook eigenaar van de herberg De Moriaan aan de Deventerstraat.
Om toch ook in Apeldoorn in de buurt van zijn fabriek een onderkomen te hebben heeft hij toen daartoe het buitenverblijf Sophia’s Hoeve laten bouwen.
Willem Hendrik heeft dit als buitengoed gebruikt naast de panden die hij in de provincie Utrecht bezat en het pand dat hij in de buurt van Arnhem bezat, toen hij ook daar een gasfabriek in bezit kreeg.



2. Andere eigenaren van het buitenverblijf

In 1872 komt Willem Hendrik te overlijden en het buitengoed Sophia’s hoeve komt na een boedelscheiding in 1874 in handen van een van zijn zoons Willem Jacob Hendrikus de Heus. De koperpletterij komt in bezit bij een van zijn andere zoons Henri Guillaume Arnoud de Heus.

Een aantal jaren later op 17 mei 1881 verkoopt W.J.H. de Heus toen wonend in Zeist: Het Buiten Sophia’s Hoeve genaamd, bestaande in Heerenhuis met stal, koetshuis, tuinmanswoning, erven, tuin en gronden, benevens Boerderij met bouw- en weilanden gelegen aan de Deventer Straatweg te Apeldoorn aan Hendrik Christiaan van der Houven van Oordt, grondeigenaar te Apeldoorn voor fl. 65.000,- .
Kort daarna, op 18 november 1881 verkoopt Van der Houven van Oordt Het Buiten Sophia’s Hoeve aan de broer van W.J.H. de Heus, de al eerder genoemde H.G.A. de Heus, koopman en fabrikant te Rotterdam, ook weer voor fl. 65.000,- Op zich een beetje vreemde transactie, waarbij Van der Houven van Oordt aardig wat grond, ongeveer 11 hectare, liggend tussen de Vlijtseweg en het kanaal zelf in bezit houdt.
Henri de Heus woonde toen aan het Willemsplein in Rotterdam, waar de koperpletterij ook een vestiging had, maar hij kocht Sophia’s hoeve om er de komende jaren naast zijn woning in Rotterdam ook zelf te gaan wonen, mede omdat hij op die manier ook wat vaker bij de koperpletterij kon zijn.
Het buiten was bij Henri niet helemaal onbekend omdat zijn vader het heeft laten bouwen en hij bij de boedelscheiding van de nalatenschap van zijn vader in maart 1872 ook als aanwijzer heeft gefungeerd bij de beschrijving van de inboedel van Sophia’s hoeve. De omliggende tuin heeft hij verder laten verfraaien en rond 1883 is er nog een mooie vijver aangelegd bij het huis.

Bij het landgoed hoorde een boerderij die lag aan de huidige Generaal van der Heydenlaan, die toen Zwarteweg werd genoemd.

Op 13 mei 1902 is Henri de Heus in Apeldoorn overleden. Hij was niet getrouwd en had ook geen kinderen. Hij vermaakt de fabriek aan zijn neef en petekind Hendrik Guillaume Arnoud Elink Schuurman, onder de voorwaarde, dat de firma wordt voortgezet.

Eind 1902 wordt het resterende bezit van H.G.A. de Heus in Apeldoorn na zijn overlijden geveild. Niemand van de familie had blijkbaar interesse om op het landgoed te blijven wonen. Doordat niet iedereen van de erfgenamen het eens was met de veiling moest er een rechterlijke uitspraak komen om de veiling doorgang te laten vinden.
De erven de Heus hebben de gronden rond de buitenplaats Sophia’s hoeve laten verkavelen tot in totaal 79 op het terrein afgebakende percelen. De percelen kunnen worden onderscheiden in de kavels direct rond de buitenplaats, en omsloten door de Zwarteweg (de huidige Generaal Van der Heydenlaan), de Deventerstraat en de Grift, de nrs 1 tot en met 33, zoals op de hierbij afgebeelde kavelkaart is weergegeven en daarnaast kavels grond langs de Vlijtseweg genummerd 34 tot en met 79, voor het merendeel ongeveer 8 are groot.
Perceel 1 t-m 33 wordt gekocht voor fl. 63.650,- door Herman Huiskamp als gemachtigde en op last en voor rekening van de HoogWelGeboren Vrouwe Jonkvrouwe Jaqueline Pauline van Weede, douairière der Hoogwel Geboren Heer Jonkheer Jan Hendrik van Haersma de With. De percelen 34 tm. 79 worden door verschillende kopers gekocht. Alle percelen worden in ieder geval verkocht.

Verkaveling Sopia's Hoeve

Kadasterkaart

3. Sophia’s Hoeve in eigendom bij JP van Weede



Vanaf 2 oktober 1902 is het buiten Sophia’s hoeve dus in eigendom bij Jacqueline Pauline van Weede, weduwe van jonkheer Van Haersma de With. Zij woonde toen zij het buitengoed kocht op Maria’s Lust.
In 1903 komt er een nieuw plan tot verkaveling van de gronden rond Sophia’s hoeve, dit plan is te vinden bij de nieuwe aanbieding van overdracht van de wegen in het landgoed aan de gemeente, gedagtekend 23 februari 1903. Mevrouw Van Haersma de With-van Weede heeft Sophia’s Hoeve dus waarschijnlijk niet gekocht om er zelf te gaan wonen, maar om een en ander toch zelf in exploitatie te brengen. In haar vergadering van 27 februari 1903 besluit de gemeenteraad dit aanbod te aanvaarden; de raadsnotulen van dit besluit beslaan 10 pagina’s, er is dus heel wat over gepraat. De formele overdracht van de wegen op het terrein van Sophia’s hoeve vindt plaats bij notaris Van de Poll op 25 mei 1903 in aanwezigheid van burgemeester Tutein Nolthenius en gemeentesecretaris Mollerus.
In de daarop volgende jaren worden verschillende percelen grond aan particulieren, maar ook aan weer andere speculanten verkocht. Het gaat hierbij dan om de grond tussen de Deventerstraat en de Generaal Van Swietenlaan en tussen de Generaal van der Heydenlaan en de Generaal Van Heutszlaan.

4. De rol van Nationaal Grondbezit

Het huis Sophia’s hoeve blijft nog een aantal jaren staan in haar glorie zoals ook blijkt uit enkele ansichtkaarten uit die tijd. Ten slotte wordt toch het restant van het landgoed Sophia’s hoeve verkocht aan een projectontwikkelaar.

Op 1 juni 1911 wordt door de HoogWelgeboren Vrouwe Jonkvrouwe Jacqueline Pauline van Weede, wonende op den Huize Maria-lust, te Apeldoorn, Douariere van de HoogWelgeboren Heer Jonkheer Meester Jan Hendrik van Haersma de With, de buitenplaats “Sophia’s-Hoeve” gelegen nabij de Deventerweg te Apeldoorn, bij het kadaster dier gemeente bekend in sectie H nummer H4692 als huis, schuur, stal, broeikassen en erf, groot een hectare zeven en negentig are vijftig centiare verkocht aan de Naamloze Vennootschap “Nationaal Grondbezit” te ‘s-Gravenhage en de Naamloze Vennootschap” Maatschappij tot Exploitatie van Onroerende Goederen “Statenplein” ook gevestigd te ‘s-Gravenhage. De koop wordt gesloten voor negen en dertigduizend vijf honderd gulden (fl. 39.500.-).
Het landhuis is ook kort voor de overdracht aan de NV’s in gebruik geweest bij de padvinderij, daarbij beschikbaar gesteld door mevrouw van Haersma de With.

De beide NV’s gaan de komende jaren bezig met het doel waarvoor ze zijn opgericht; het exploiteren van onroerend goed en hier dus het exploiteren van het bouwterrein Sophia’s Hoeve. Daartoe wordt een eerste kavelplan gepresenteerd op 22 augustus 1911.
Om het terrein verder te ontsluiten wordt voorgesteld een weg aan te leggen die daar nog de Vossenlaan wordt genoemd. Op deze kaart is te zien, dat in de omgeving al een aantal huizen zijn verrezen. De west-kant van de van Heutszlaan is al bijna volledig ingevuld. Aan de Deventerstraat zijn de villa’s van de familie Koler (later van de familie Talens) en van Von Zeppelin verrezen.
De NV Nationaal Grondbezit is ook nu nog actief en is bv. in 1999 nog bezig geweest om ook de Metaalbuurt in haar bezit te krijgen.

Coll. W. Boomgaard