Coll. W. Boomgaard

Het landgoed De Pasch is al langer bekend. Voor dit verhaal gaan we uit van de beschrijving van het eigendom zoals dat in de Apeldoornse kadastrale archieven was te achterhalen. Daar was de familie Spiering eigenaar.
Na het overlijden van W.F.E. Spiering en zijn vrouw in Tiel, willen de erfgenamen van het landgoed in Apeldoorn af. Op 3 juli 1874 wordt het hele landgoed in opdracht van zijn kinderen, in het logement “de Moriaan” in veiling gebracht door notaris Walter, waarbij het verkaveld wordt aangeboden. Er is een kavelkaart, vervaardigd door de landmeter van het Kadaster J.F. Ummels gedateerd 1 juni 1874, bij de stukken te vinden, waarbij het terrein volledig verkaveld wordt in 51 percelen. De kaart is op schaal 1:2500 getekend en de grootte der percelen is tot in centiaren berekend en aangegeven op de kaart. Er is daarbij nog geen sprake van het Oranjepark, wel zijn er een aantal nieuwe wegen geprojecteerd. De huidige Regentesselaan was voor het grootste deel al een bestaande weg en is alleen verbreed bij deze nieuwe verkaveling. In wezen vinden we hier de eerste aanzet tot het verkavelen van de gronden binnen wat nu de Parkenbuurt is geworden.

Bij de eerste veiling is er behoorlijk wat belangstelling voor de verkavelde percelen Op 17 juli 1874 om 10.00 uur is er een tweede veiling van de goederen. Er wordt bij de tweede veiling een extra bijzondere voorwaarde m.b.t. de wegen uit kavel nr. 1 opgevoerd. De koper van perceel 1 zal ook wandelpaden moeten aanleggen naast de aan te leggen wegen en daar bomen naast moeten planten. Deze voorwaarde vervalt wanneer alle percelen in een keer worden toegewezen. Dit gebeurt uiteindelijk ook, want de percelen worden in afslag gebracht; volgens de akte worden sommige percelen afgemijnd, maar uiteindelijk worden de percelen in massa (allemaal tegelijk) op een hoger bedrag afgemijnd, namelijk fl. 84.965,- door Jan Bartholomeus Hugenholtz, koopman te Apeldoorn. Om 15.00 uur in de middag worden de goederen dus toegewezen aan Hugenholtz, die zich dan nog het recht voorbehoudt zijn lastgever te noemen.

Op 18 juli 1874 om 14.00 uur komt Hugenholtz weer bij de notaris om zijn bod verder toe te lichten. In de akte is te lezen dat hij handelde in opdracht van meerdere kopers.
Enkele percelen werden toegewezen aan een bieder. Het totale restant, groot circa 31 hectare wordt opgekocht door de steenfabrikant, voor fl. 72.980,- , als één van zijn eerste eigendommen in Apeldoorn. Hij betaalde dus ongeveer 25 cent per vierkante meter grond. Ook de op de kavelkaart geprojecteerde wegen gaan dus over in handen van Van der Houven van Oordt.

Nieuwe verkaveling van De Pasch

Korte tijd nadat Van der Houven van Oordt in bezit is gekomen van het grootste deel van het landgoed van de Pasch, aan het eind van dat jaar, wordt overgegaan tot een andere invulling van de verkaveling, waarbij het grootste deel van de oorspronkelijke opzet volgens de kavelkaart van Ummels wel in tact blijft.

Een andere kaart van het Oranjepark en omgeving geeft een verkaveling weer met daarin opgenomen het huidige Oranjepark naar een ontwerp van de hand van de Zutphense landschapsarchitect H.H. Hogeweg, die met dat ontwerp ook nog een prijs heeft gewonnen. Ook de verdere omgeving is in dat ontwerp meegenomen.
De enige grote verandering met de eerste verkaveling is de vorming van het wandelpark, het latere Oranjepark. De percelen langs de huidige Kerklaan zijn wat groter gemaakt, dan oorspronkelijk gepland was op de eerste kavelkaart. Daarnaast is het perceel rond het oude landhuis verder verkaveld en is er een weg geprojecteerd door het restant van het landgoed; de Vijverlaan, tegenwoordig de Jhr. mr. G.W. Molleruslaan.

Van der Houven van Oordt wilde waarschijnlijk door de aanleg van het park de exploitatie van de bouwgrond aantrekkelijker maken. De samenwerking met de gemeente had duidelijk een zakelijk doel, hetgeen ook blijkt uit briefwisselingen met de burgemeester en wethouders welke in de archieven is te vinden.

Vervolgens vinden we bij het Kadaster een onderhandse akte van 28 december 1874 waarbij door H.C. van der Houven van Oordt het Oranjepark en de omliggende wegen worden overgedragen aan de gemeente Apeldoorn. Deze akte is dus niet via een notaris gegaan, maar de zaak is onderling tussen beide partijen geregeld, maar omdat het onroerend goed betrof, moest deze akte wel worden overgeschreven bij het Kadaster. Deze overschrijving vond plaats op 12 januari 1875 in Arnhem. Ook in de kadastrale legger staat bij de betreffende kadastrale percelen vermeld “verkoop” als reden van overdracht.
Niet duidelijk is waarom de overdracht op deze manier geregeld is, misschien is deze vorm gekozen om kosten uit te sparen die aan een schenkingsakte waren verbonden. In de notulen van de gemeenteraad van 25 november 1874 is trouwens wel te lezen, dat er een bedrag van fl. 400,- is begroot voor de kosten van het opmaken, registreren en overschrijven van de akte van overdracht van de wegen en het wandelpark in het landgoed De Pasch welke dan wel “onontgeldelijk” zouden worden afgestaan.
In de akte zelf is te lezen dat voor het Oranjepark groot 3 hectare en 90 aren fl. 3.900,- wordt betaald en voor de omliggende wegen, totaal groot 3 hectare, 27 are en 60 centiare een bedrag van fl. 377,60.
In de akte staat, dat de gemeente Apeldoorn zich verbindt het terrein (het Oranjepark):

Wanneer het geheel afgewerkt is en in orde zal zijn overgenomen met de zich daarin bevindende vijvers, waterleidingen en plantsoenen voortdurend in goeden staat te onderhouden, het niet aan zijn bestemming als openbare wandelplaats te zullen onttrekken, er derhalve niet op te zullen bouwen, noch te dulden of toe te staan dat er op worde gebouwd.

De Zaak Oranjepark uit 1958

In 1958 en volgende jaren heeft er in Apeldoorn nog een “zaak-Oranjepark” gespeeld. Er lag een fel omstreden plan op tafel om een cultureel centrum met een schouwburg te gaan bouwen in het Oranjepark. Dit cultureel centrum zou komen in de noord-oostelijke hoek van het park bij de Van Rhemenslaan en de Regentesselaan; parkeerruimte zou o.a. verkregen worden, door het Prins Hendrikplein daarvoor te bestemmen. Op 25 november stelt B&W dat zij voelt voor plaatsing van een schouwburg in het Oranjepark.
Eén van de onduidelijkheden in deze zaak was of Van der Houven van Oordt het Oranjepark had geschonken of verkocht aan de gemeente. De erven Van der Houven van Oordt haalden de onderhandse akte aan, waarin stond, dat er niet gebouwd mocht worden in het Oranjepark. Ook uit de bevolking kwamen toen veel protesten, hele reeksen ingezonden stukken stonden toen in de krant, voor het merendeel fel tegen de bebouwing van het Oranjepark.
Het was ook op aangeven van Apeldoorners, dat de familievereniging Van Oordt werd ingeschakeld om te ageren tegen het plan tot bebouwing.
Zoals hiervoor al is aangehaald bestaat er een (onderhandse) koopakte getekend op 28 december 1874, ondertekend door Van der Houven van Oordt van der Houven van Oordt en de burgemeester en de gemeentesecretaris. In die akte staat vermeld, dat Van der Houven van Oordt het aan te leggen wandelpark, groot drie hectare en negentig aren verkoopt voor fl. 3900,- (dus 10 cent per vierkante meter). Als voorwaarde staat wel in die akte genoemd, dat de gemeente zich verbindt:

Het niet aan zijn bestemming als openbare wandelplaats te zullen onttrekken, er derhalve niet op te zullen bouwen, noch te dulden of toe te staan dat er op worde gebouwd.

In de gemeenteraadsnotulen van september 1874 wordt echter gesproken over een schenking en niet over een koop; toch ondertekenden burgemeester en secretaris kort daarna een koopcontract. In 1959 was de gemeente van mening, dat zij niet gebonden was aan de voorwaarden uit die akte, omdat burgemeester niet bevoegd was de (koop)akte te tekenen, er lag slechts een (ook door het provinciaal bestuur goedgekeurd) besluit tot aanvaarding van een schenking. De gemeente wist zich gesteund door advies van Prof. Mr. Hijmans van den Bergh uit Utrecht, die van mening was dat de overeenkomst van koop en verkoop van 1874 nietig was en dus niet bindend. Daarnaast stelde hij, dat de gemeente dus geen eigenaresse was geworden middels de koopovereenkomst, maar dat door verjaring (de gemeente stond meer dan 84 jaar als eigenaar geregistreerd bij het kadaster) de erven Van der Houven van Oordt geen rechten meer konden doen gelden.Hier was met name dan van belang, dat ook de voorwaarde dat er niet gebouwd mocht worden dan ook niet van toepassing was.
De erven hadden weer andere deskundigen die weer andere adviezen gaven. Uitgebreid werd in de regionale, maar ook landelijke pers erover geschreven.

In 1961 gaf de gemeenteraad goedkeuring aan het besluit om een civiele procedure te starten om haar gelijk te halen ten opzichte van de erven Van Oordt.

Uiteindelijk is deze procedure niet doorgezet omdat de bouw in het Oranjepark toch niet is doorgegaan, mede omdat de provincie ook graag een andere plaatskeuze zag. Uiteindelijk is na weer protesten uit een andere hoek, het congrescentrum Orpheus gebouwd op de plek van de oude begraafplaats bij de Loolaan.

De Pasch in handen van De Fielliettaz Goethart

Het restant van het landgoed met het huis “de Pasch” wordt toch nog weer als landgoed(je) apart verkocht door Van der Houven van Oordt aan Edmond Willem de Fielliettaz Goethart; Tideman zegt in zijn boekje, dat Van der Houven van Oordt het landhuis opnieuw heeft gebouwd na het oude te hebben afgebroken. Dat klopt ook wel, in de kadastrale boekhouding is te lezen, dat het huis in 1876 herbouwd is, dus kort na de aankoop door Van der Houven van Oordt.

Edmond Willem was de zoon van de grootgrondbezitter René de Fielliettaz Goethart, die o.a. ook nog eigenaar is geweest van het landgoed Maria’s Lust. Edmond trouwde met Giliane Steffers en is later kapitein commandant van de 1e Compagnie Landstorm geweest. Ook hij was een grootgrondbezitter. In 1903 overleed zijn vrouw. Enkele jaren later toen zijn laatste kind het huis uit was ging hij naar Amsterdam, nadat hij het landgoed de Pasch via een veiling had verkocht. Hij overleed in 1913 en werd in Apeldoorn op de begraafplaats aan de Soerenseweg begraven, waar zijn graf nu nog is te vinden.

Het laatste restant van het landgoed de Pasch wordt op 8 september en 22 september 1908 bij notaris van de Poll weer in veiling gebracht in opdracht van E.W. de Fielliettaz Goethart en zijn 3 kinderen. Daarbij het wordt verdeeld in 28 kavels van in totaal 2.46.76 m2. De combinatie van kavels 1, 9, 21 en 22 bevattende het herenhuis, koetshuis en terrein als kavel 1 wordt gekocht door Willem Vloon, caféhouder en winkelier voor fl. 18.625,-
Vloon brengt het voormalig buitengoed “de Pasch” na sloop van het landhuis, verdeeld in 7 kavels van in totaal 53.00 m2 op 4 juli 1910 opnieuw in veiling bij notaris van de Poll. Het gaat hier dan volgens een berichtje in de krant om:
bouwterreinen, zeer gunstig gelegen aan de Regentesselaan, en de nieuw aangelegde wegen van het voormalig buitengoed “De Pasch”.
Niet alles wordt tijdens deze veiling verkocht, maar later weet Vloon alles toch van de hand te doen.